Jump to Navigation

Nuchterbeleid

Inleiding:

Uit angst voor aspiratie worden patiënten vaak lang nuchter gehouden, hetgeen het patiëntencomfort en de outcome nadelig beïnvloedt. Preoperatief vasten leidt tot dorst, stress bij de patiënt en draagt bij aan een postoperatieve insulineresistentie. Patiënten die tot 2 uur voor de ingreep vrij mogen drinken, hebben minder dorst- en hongergevoel dan patiënten die zes uur gevast hebben. Er is mogelijk zelfs minder maagretentie bij patiënten die tot vlak voor een electieve operatie water mogen drinken (1 Brady 2010).Ter vermindering van de postoperatieve insulineresistentie is het aan te bevelen patiënten preoperatief heldere, koolhydraatrijke dranken toe te dienen (3 CBO richtlijn, Perioperatief voedingsbeleid 2007).

Volwassenen:

Volwassenen met een normaal aspiratierisico mogen tot 2 uur preoperatief heldere vloeistoffen (water, heldere vruchtensappen zonder vruchtvlees, koolzuurhoudende vloeistoffen, thee of koffie evtl. met een vleugje melk, eventueel met suiker, geen alcoholische dranken) nuttigen.

Vast voedsel mag tot 6 uur preoperatief genuttigd worden.

Kinderen:

Kinderen met een normaal aspiratierisico mogen tot 2 uur preoperatief heldere vloeistoffen (water, limonade, heldere vruchtensappen zonder vruchtvlees, koolzuurhoudende vloeistoffen, thee en koffie, evtl. met een vleugje melk) nuttigen (2 Brady 2010). Moedermelk mag tot 4 uur en niet-humane melkproducten (koemelk, zuigelingenvoeding, poedermelk en sondevoeding) mogen tot 6 uur preoperatief gedronken worden. Niet-humane en poedermelkproducten gedragen zich in de maag door stremselvorming als vast voedsel, waardoor deze langer in de maag verblijven.

Vast voedsel mag tot 6 uur preoperatief genuttigd worden.

Zwangeren:

In de zwangerschap is de maagontlediging voor heldere vloeistoffen niet veranderd. Er zijn geen aanwijzingen dat het nuchterbeleid voor heldere vloeistoffen bij een ongecompliceerde zwangerschap anders zou moeten zijn dan bij niet-zwangeren (3 CBO richtlijn, Perioperatief voedingsbeleid 2007).

Risicogroepen:

Een sterk verhoogd risico op aspiratie door vertraagde of onvoldoende maagontlediging bestaat bij maagdarmpathologie (reflux, ileus) en spoedingrepen voornamelijk na trauma. Een relatief verhoogd risico hebben patiënten, die in de volgende categorieën vallen: zwangerschap, obesitas, hoge leeftijd en diabetische gastroparese. Momenteel zijn er geen trials bekend, die aanbevelingen doen ten aanzien van het aantal uren dat deze patiënten preoperatief nuchter gehouden moeten worden.

Voedingssondes:

Patiënten met voeding over een maagsonde moeten 6 uur nuchter gehouden worden (idem IC-patiënten met een gecuffde tube of tracheostoma in situ). Het volledig en betrouwbaar verwijderen van voeding uit de maag via de sonde is niet mogelijk. Patiënten met een postpylorische sonde, waarvan de correcte ligging via pH-meting of radiologisch geverifieerd is, hoeven niet nuchter te blijven.

Tabel:

Volwassenen

Helder vloeibaar Vast voedsel
2 uur 6 uur

Kinderen

Helder vloeibaar Moedermelk Vast voedsel en niet humane melkproducten
2 uur 4 uur 6 uur

Literatuur:

  1. Brady M, Kinn S, Stuart P. Preoperative fasting for adults to prevent perioperative complications. Cochrane Database Syst Rev 2003(4): CD004423. Edited (no change to conclusions), published in Issue 5, 2010.
  2. Brady M, Kinn S, O’Rourke K, Randhawa, Stuart P. Preoperative fasting for perioperative complications in children. Cochrane Database of Systematic Reviews 2009, Issue 4. Art. No.: CD005285. Edited (no change to conclusions), published in Issue 5, 2010
  3. CBOrichtlijn, Perioperatief voedingsbeleid 2007, rl_periovoed_07.pdf

Niet nuchter beleid bij oogoperaties onder lokaalanesthesie en monitorbewaking:

De laatste 10 jaar hebben grote veranderingen plaatsgevonden in de anesthesie voor oogchirurgie ten aanzien van het gebruik van lokaal anesthesie met monitorbewaking al dan niet onder sedatie.

Patiënten voor oogchirurgie zijn vaak oudere patiënten met veelal pre-existente comorbiditeit.

Lokaal anesthesie geeft bij deze patiënten groep het minste risico op morbiditeit en de behandeling in dagopname geeft de minste verstoring van het dagritme.

Niet-nuchter beleid bij oogoperaties onder lokaalanesthesie en monitorbewaking zorgt daarbij voor een beter comfort voor de patiënt en veroorzaakt minder complicaties bij de diabetische patiënt.

Aanbevelingen:

  1. De patiënten krijgen een standaard pre-assesment op de polikliniek anesthesiologie
  2. Niet-nuchter beleid bij oogchirurgie onder lokaalanesthesie en monitorbewaking zonder sedatie
  3. Indien lokaal anesthesie onvoldoende blijkt kan er geen conversie plaatsvinden naar algemene anesthesie of sedatie. De patiënt moet opnieuw worden beoordeeld op de pre-assesement.

Referenties:

  • The Royal College of Anaesthesists and The Royal College of Ophthalmologists. Local anaesthesia for intraocular surgery 2001
  • Sub-Tenon’s administration of local anaesthetic: a review of the technique. British Journal of Anaesthesia ( 2003) K.S.Canavan, A. Dark
  • Fasting regimens for regional ophtalmic anaesthesia, Anaesthesia 2001, C. Steeds, S.J.Mather.
  • A survey of pre-operative fasting regimens before regional opthalmic anaesthesia in three regions of the United Kingdom. E.A.J.Morris, S.J.Mather Anaesthesia 1999
  • Regional anaethesia for 12.000 cataract extraction and intraocular lens implantation procedures. R.Hamilton, Can J Anaesthesia 1988
  • How long should patients fast before surgery? Time for new guidelines. L.Strunin, British Journal of Anaesthesia 1993
Onder beheer van afdeling: 
Anesthesiologen