Jump to Navigation

Epidural alert system

Doel van het systeem:

Spoed signalering, diagnostiek en behandeling van patiënt met (dreigende) neurologische uitval door ernstige complicatie bij /na neuraxiale analgesie ter voorkoming van (blijvend) neurologisch letsel aan de onderste extremiteiten.

Na optreden van verschijnselen moet een neurochirurgisch decompressie zo SPOEDIG mogelijk uitgevoerd kunnen worden om neurologische verslechtering te voorkomen en een eventueel herstel te bespoedigen.

Uitkomst neemt na 12 uur sterk af volgens de literatuur.

De consulterende neuroloog en/of neurochirurg kan op basis van eigen (aanvullend)onderzoek altijd besluiten om af te zien van verdere spoedhandelingen volgens het stroomdiagram.

Pathofysiologie:

Ernstige neurologische complicaties kunnen optreden na een epidurale of spinale punctie, maar zijn zeldzaam Deze complicaties kunnen ook nog tot dagen/weken na een verwijdering van een epidurale catheter optreden!

Vanwege kans op blijvende invaliditeit bij niet of te laat ingrijpen (> 12 uur) is vroegtijdige signalering van cruciaal belang.

Ernstige complicaties (1:6000):

  • epiduraal abces
  • epiduraal hematoom
  • meningitis

1. Signalering

De “rode vlaggen” bij een patiënt met een epidurale catheter of na verwijdering daarvan (50% in eerste 24 uur) of na spinale anesthesie zijn:

  • motorische uitval die niet verbetert in eerste 2 uur na stoppen epidurale infusie of die ontstaat na verwijdering van de epidurale catheter (case reports bestaan van epiduraal hematoom of abces dagen tot weken na een epiduraal)
  • toenemende motorische en/of sensibele uitval. (krachtsverlies, rugpijn, sensorische uitval )
  • bandvormige rugpijn al dan niet in combinatie met koorts
  • roodheid/pus/drukpijn bij insteekopening

2. Wat te doen bij “epidural alert”(epiduraal hematoom en/of –abces vereist direct handelen))

  • afdelingsverpleegkundige (Vpk):
    • epidurale pomp uitzetten indien van toepassing
    • waarschuw direct APS (24/7) en zaalarts
    • controleer vitale functies (pols, RR, T, sedatiescore) a 1 hr.
  • APS vpk/ass: met spoed APS-supervisor bellen voor beoordeling
  • APS vpk/ass documenteert de tijdstippen van alle belangrijke incidenten (bv. begin symptomen, start epidural alert, tijdstip MRI, begin antibiotica, etc.) gedurende het beloop van het Epidural Alert Systeem
  • APS supervisor: patiënt beoordelen (motoriek, sensibiliteit, rugpijn, radiculaire pijn, nekstijfheid, fotofobie, verwardheid ) en regelt spoedconsult neuroloog 
  • Neuroloog beoordeelt patiënt en vraagt op indicatie spoed MRI 
  • Zaalarts bepaalt cito lab: infectieparameters, kruisserum, stolling, neemt op indicatie bloedkweken af en corrigeert stolling
  • Epiduraal z.s.m. verwijderen (denk aan antistolling) en bij verdenking abces epidurale kathetertip kweken
  • Bij verdenking infectie (lokale / systemische tekenen of verdenking abces in MRI) en bijkomende neurologische deficit meteen starten met antibiotica (door zaalarts):
    • vancomycine iv 1000mg 2dd + ceftazidim iv 2000mg 3dd
    • versmallen in overleg met microbioloog en neuroloog (na uitslag van kweek)
    • meest voorkomende pathogene zijn coagulase-negatieve staphylococci (ca. 40%), staphylococcus aureus (ca. 35%), gram-negatieve bacteriën (ca. 15%), waarbij s. aureus en gram-negatieve bacteriën vaker ernstige infecties veroorzaken

3. Wie vraagt een spoed MRI aan?

Neuroloog beslist of een spoed MRI geïndiceerd is.

Indien een epiduraal hematoom of abces wordt vastgesteld, zal de neuroloog meteen de neurochirurg in consult vragen.

4. Wie bepaalt of patiënt met spoed naar OK moet voor decompressie?

De neurochirurg zal op basis van ontstaan van symptomen, neurologisch onderzoek, MRI en het nivo van de laesie in de wervelkolom de indicatie voor operatie bepalen.

Indien besloten wordt tot decompressie, zal deze z.s.m. moeten plaatsen vinden zodat aanmelding als S1 of S2 plaatsvindt.

Kruisserum en stolling moeten bekend zijn en zonodig gecorrigeerd.

Bij een expectatief beleid zullen neurologische controles voortgezet worden volgens afspraak van de neuroloog en neurochirurg en verricht de neuroloog het vervolgconsult.

Literatuur:

  1. Lawton MT, Porter RW, Heiserman JE e.a Surgical management of spinal epidural hematoma: relationship between surgical timing and neurological outcome. J Neurosurg 1995; 83:1–7
  2. Kreppel D, Antoniadis G, Seeling W. Spinal hematoma: a literature survey with meta-analysis of 613 patients. Neurosurg Rev (2003) 26:1–49
  3. Miyazaki M, Takasita M, Matsumoto H,e.a. J Spinal Disord Tech _ Volume 18, Number 6, December 2005Spinal epidural hematoma after removal of an epidural Catheter
  4. GroenRJ, van Alphen HA. Operative treatment of spontaneous spinal epidural hematomas: a study of the factors determining postoperative outcome. Neurosurgery, 1996;39(3):494-508;discussion 508-9. Review.
  5. Reihsaus E, Waldbaur H, Seeling W. Spinal epidural abscess: a meta-analysis of 915 patients. Neurosurg Rev. 2000 Dec;23(4):175-204; discussion 205
  6. Rigamonti D, Liem L, Sampath P, Knoller N, Namaguchi Y, Schreibman DL, Sloan,MA, Wolf A, Zeidman S. Spinal epidural abscess: contemporary trends in etiology, evaluation, and management. Surg Neurol. 1999 Aug;52(2):189-96; discussion 197.
  7. SWAB Guideline XVI - Bacteriële CZS infecties.
  8. Darouiche RO. Spinal epidural abscess. N Engl J Med. 2006 Nov 9;355(19):2012-20.
  9. Horlocker TT, Wedel DJ. Infectious complications of regional anesthesia. Best Pract Res Clin Anaesthesiol. 2008 Sep;22(3):451-75
  10. Practice advisory for the prevention, diagnosis, and management of infectious complications associated with neuraxial techniques: a report by the American Society of Anesthesiologists Task Force on infectious complications associated with neuraxial techniques. Anesthesiology. 2010 Mar;112(3):530-45
Onder beheer van afdeling: 
Anesthesiologen